Column Ronald de Bie

Dit is de vierde versie van deze column die ik schrijf. De vorige versies waren te belerend, te streng of te zakelijk. Of het leek op acquisitie, en dat is niet mijn bedoeling. Uiteindelijk heb ik besloten om het wat persoonlijker te maken omdat ik me zorgen maak over iets wat ik zie binnen het primair onderwijs. De schoen wringt voor mijn gevoel behoorlijk bij het vormgeven van het taakbeleid binnen de basisscholen.

Ik maak mij zorgen om het taakbeleid in het basisonderwijs!

Bij de invoering van de cao voor het primair onderwijs in 2015 kwam er behoorlijk wat op ons af. Er werd gesproken over een 40-urige werkweek, termen als duurzame inzetbaarheid, opslagfactor en bruto-uren gingen rond. Niemand begreep precies hoe het werkte. En terecht! Het bleek een lastige materie. Voorlichtingsbijeenkomsten door vakbonden en HR-medewerkers werden gegeven. Waar we in het verleden voornamelijk onze berekeningen maakten op basis van de lesgevende uren (en de overige te maken uren, laat staan de verdeling daarvan welke we zeker niet altijd scherp hadden), moest het roer ineens om. De werktijdfactor werd vanaf nu gerelateerd aan het aantal bruto uren per week.

Van lastige materie naar een gebruiksvriendelijke tool

Enigszins ongerust belde ik met een bevriende schooldirecteur (hij is gek op spreadsheets en nieuwsgierig naar regelgeving). We hebben ons verdiept in de materie en uiteindelijk een applicatie gebouwd: de Formatieplanner-PO. Een enorme klus! Het voelde alsof we techneuten moesten uitleggen hoe ze een auto moesten bouwen terwijl we zelf net ons rijbewijs op zak hadden.

Inmiddels kunnen we goed rijden en de auto is prachtig geworden. Meer dan 100 basisscholen in Nederland gebruiken de applicatie al. Lesgevende taken, uren voor de opslagfactor, uren voor duurzame inzetbaarheid en nascholing én de schooltaken kunnen worden berekend en gepland. En het gesprek hierover kan gevoerd worden, bijvoorbeeld bij het opstellen van het werkverdelingsplan. Nu, terwijl de zesde versie online is, kunnen we terugkijken en zie ik toch iets wat me verontrust.

Gevoelde werkdruk is hoog

De gevoelde werkdruk in het primair onderwijs is hoog. Het inzichtelijk maken van alle taken met de daarbij behorende uren heeft dat gevoel niet minder gemaakt. Leerkrachten voelen een soort regeldruk, waarbij alles verantwoord moet worden. Zij zien regelmatig dat hun baan niet binnen de afgesproken uren lijkt te passen. Het wordt helemaal spannend als door herberekeningen op andere of meer dagen gewerkt moet worden.

Verantwoordelijkheid van de directeur

Over het algemeen is de directeur degene die het proces moet vormgeven. En daar zit een risico. Wij hebben geconstateerd dat niet iedere schooldirecteur voldoende is toegerust om het goede gesprek hierover te kunnen voeren. Het gevolg is dat veel scholen de plank misslaan bij de verdeling van taken en werkzaamheden, passend bij de aanstelling van het personeel. Daarnaast is taakbeleid of de verdeling van werkzaamheden in veel scholen bovendien allesbehalve transparant en regelmatig gebaseerd op foutieve informatie. Een boude uitspraak, maar in de praktijk kom ik dit nog vaak tegen.

Waar de schoen wringt?

Ten eerste zijn veel regels in de cao bij schooldirecteuren onvoldoende bekend. Uren duurzame inzetbaarheid: worden ze gepland of worden ze ‘weggegeven’? De relatie tussen studiedagen, werkdagen, lesuren en taakuren is voor veel scholen abracadabra. Het gevolg is dat medewerkers niet efficiënt worden ingezet en de school zichzelf of de medewerker daardoor tekort doet. Soms is het taakbeleid zelfs nog gebaseerd op de oude cao. In die gevallen zien we dat leerkrachten formeel te weinig uren maken in relatie tot hun aanstelling, of dat lesgebonden uren zijn versnipperd (snijverlies) en niet doelgericht ingezet worden in de school zonder dat dit een bewuste keuze is geweest. Op stichtingsniveau gaat het om een fors aantal uren (lees: inzet van leerkrachten).

Ook zie ik een soort handelingsverlegenheid om überhaupt in gesprek te gaan over de verdeling van taken en werkzaamheden. Het komt voor dat op scholen taakverdeling plaatsvindt op basis van verworven rechten of keuzes uit het verleden. Er wordt dan lang niet altijd kritisch gekeken naar een correcte verdeling en invulling van taken en werkzaamheden. Men is bang voor weerstand en in sommige gevallen heeft de leidinggevende eenvoudigweg onvoldoende kennis om dit gesprek inhoudelijk goed te kunnen voeren. Dit werkt onduidelijkheid binnen het team in de hand, gevolgd door onrust.

Als derde punt zie ik dat schoolbesturen vaak onterecht vinden ze het goed geregeld hebben. Want er ís een softwareprogramma voor de berekening. In de praktijk wordt dit door scholen vaak foutief of niet gebruikt. Men vervalt dan weer in het gebruik van een Excelsheet dat onvolledig of niet actueel is. Daarnaast zijn de kaders en afspraken op stichtingsniveau over bijvoorbeeld de opslagfactor, omgang met uren voor nascholing of duurzame inzetbaarheid vaak onduidelijk waardoor de invulling per school – en soms zelfs per medewerker – verschilt.

Mijn grote zorg

Mijn grote zorg is dat er geen goed gesprek gevoerd kan worden over de werkdruk als het niet helder is wat je precies van elkaar mag verwachten. Voor mijn gevoel moeten er objectieve, correcte gegevens zijn om samen met de medewerker het gesprek te kunnen voeren. Dan gaat het niet om het opleggen van een systeem, maar om het gezamenlijk vormgeven van je baan, het onderwijs en het reilen en zeilen in de school.

Ik pleit voor transparantie als het gaat om taakbeleid en verdeling van werkzaamheden en vraag bestuurders om hun directeuren te faciliteren om de materie goed te begrijpen zodat men het kan uitleggen aan het personeel. Op deze manier wordt het taakbeleid geen leerkrachtvolgsysteem of prikkloksysteem, maar een duidelijk verhaal dat je samen vormgeeft. Dit gaat ook over het gesprek met de leerkracht die van 7 tot 7 in de klas met zijn of haar werk bezig is. Het grote onderwijshart van deze medewerker brengt een enorm afbreukrisico met zich mee. Dat moeten we inzichtelijk maken.

Formatieplanner-po.nl

Gebruik een gebruiksvriendelijk instrument om de formatie inzichtelijk te krijgen, er zijn er meerdere op de markt. Ga daarna het gesprek met elkaar aan en check regelmatig of het goed loopt en iedereen zich nog aan de gemaakte afspraken houdt, zowel op school- als op stichtingsniveau. We hebben nu eenmaal te maken met veel personeelswisselingen op alle niveaus. Dit vergroot het risico dat afspraken verdwijnen.

Ik ben ervan overtuigd dat het goed vormgeven van de formatie en het goede gesprek daarover een positieve bijdrage levert aan de mogelijkheden voor het onderwijs. Ook scheelt het tijd, stress, discussie en geld. En dat zou toch niet gek zijn?

Voor meer informatie over de Formatieplanner-po.nl